zondag 25 maart 2012

Fietsen doorheen de Salar de Atacama! Jeep'en in de Salar de Uyuni!

Vanuit La Serena bussen we s nachts naar de plaatselijke sterrenwacht. In enkele uren tijd geraken we compleet verslingerd aan het sterrenkijken. De Chilenen zijn niet alleen de trotse bezitters van de VLT (Very Large Telescope) maar bouwen ondertussen ook een XLT (eXtremely Large Telescope), al zijn het Europese geldschieters die hier achter zitten. We zetten meteen Stellarium op onze laptop om de komende nachten de sterrenhemel te ontcijferen. De hemel is hier 's nachts adembenemend. Ook de straatverlichting werd speciaal gedimd om te kunnen sterrenkijken.
Rond La Serena vind je enkele Pisco-brouwerijen, waar we maar wat graag op excursie gaan. De Pisco Sour of Pisco met gember zijn zowat onze favorieten. Merknamen zijn Mistral(onze favoriet) en Alto de Carmen.
Om ons toch een beetje aan een vaag reis-schema te houden trippen we per bus enkele kilometers verder tot we in Antofagasta aankomen, een klein maar hondsdruk stadje. Alles draait hier voornamelijk rond de haven, dus is er weinig strand te bekennen. We passeren wel een roedel pelikanen -die reuzegrote vogels waar ze inkt van maken- en zijn maar wat blij dat we geen, euh, bombardement krijgen als ze plots opstijgen.



In de plaatselijke supermarkt slaan we eten voor enkele dagen in. Rijst, pasta, blikjes tonijn (geen wonder dat dat beest uitsterft, het is zowat het enige visje dat je hier in blik kan krijgen) en tomatensaus nemen we mee, alsook een laatste Escudo-biertje voor we vertrekken. Ons "Hotel Brazil" blijkt een rumoerige keet te zijn waar je al eens oudere zakenmannen met hun jonge secretaresses aantreft. Veel slapen zit er niet in, we hebben veel te veel zin om te vertrekken.
Onze vijfdaagse tocht begint met een klim van ik-heb-u-daar-even. Tegen gemiddeld 4 (!) kilometer per uur stijgen we trààg naar boven. Het verkeer valt aanvankelijk mee, maar wordt aanzienlijk drukker wanneer we Ruta 5 richting Baquedano inslaan. Ook hier weer zijn wegenwerken om de Ruta 5 te voorzien van twee extra baanvakken. Waar die asfalt al gelegd is hebben wij een prima fietspad, maar meestal is het naast de vrachtwagens wringen. Als die heren kunnen laten ze je wel veel plaats en toeteren lustig om je aan te moedigen. Wanneer de wind echter opsteekt is het vechten tegen windstoten van tegenliggers en meegaande vrachtwagens, en af en toe word je dan wel een keer van de weg afgeblazen. Helaas wordt Bart van de weg geblazen en gaat hij door een berg stenen en puin, wat ons zowaar een lekke band oplevert. Zelfs onze superdeluxe Schwalbe Marathon Mondial band gaat dus stuk. Met pijn in het hart vervangen we zowel binnen- als buitenband.


In een piepklein dorpje als Baqueano zijn ze niet echt op fietsers of toeristen voorzien, maar toch lopen wij drie toffe kerels uit Frankrijk, ook op fietsreis, tegen het lijf. We krijgen een stuk bandenversteviger kado dus zou onze Schwalbe Mondial toch nog kunnen dienen. We overnachten in een piepklein hostalletje waar we onze banden nog een keer nakijken.
Na enkele fikse klimmetjes dalen we weer tegen een rotvaart doorheen de woestijn richting Salar de Atacama. Hier komt enkel vrachtverkeer langs, maar die vinden ons gewoonweg geweldig. We kweken dan maar de gewoonte om bij elke truck die langskomt de hand op te steken, want zowat iedereen begint te toeteren om ons aan te moedigen. Één trucker stop om ons water en druiven kado te doen, een andere vraagt of we geen lift nodig hebben. We fietsen gemiddeld 80 kilometer per dag, al is dat in de namiddag bij deze hitte soms geen lachertje. Onze watervoorraad vliegt er door, dus wanneer we eindelijk een fabriek van de mijn-industrie passeren mogen we onze flessen vullen en kunnen we er weer tegen voor een dagje.
Tegen de avond vinden we eindelijk een beschutte kloof waar we ons tentje kunnen opstellen. We koken, genieten van de prachtige zonsondergang, en kijken 's nachts lang naar de sterren.
 

Ruwe kerels in fluo!
Dag twee begint met een tweede stevige klim. Onmogelijk om daar aan te ontsnappen, al gaat het hoe langer hoe vlotter. Boven treffen we echter een vrachtwagen aan die ons opwacht. De vriendelijke trucker vertelt dat hij ons al twee dagen voorbijrijdt, en dat we het volgende stuk met hem mee moeten. De afdaling is te gevaarlijk zowel voor truckers als fietsers. Discussiëren over Coolstop-remblokken heeft geen zin. Aangezien onze speeltuin de werkvloer van deze man is stemmen we toe om een stukje mee te rijden. De vriendelijke trucker doet ons meteen zijn voorraad Noedel-soepjes kado en vult al onze leggen flessen bij. En inderdaad passeren we enkele trucks die in panne staan of zelfs helemaal uitgebrand achtergebleven zijn.We eindigen enkele kilometers verder aan de rand van de Salar de Atacama, met prachtig zicht op de Andes.


Aangezien we geen zin hebben in de bewoonde wereld kamperen we net voor we het volgend dorp bereiken. Geef ons maar de woestijn en de sterrenhemel. Als we 's anderendaags arriveren in het piepklein Peine worden we onthaald door drie mijnwerkers die ons meteen pintjes cadeau doen, en ons in de richting van het zwembad wijzen. We spenderen de hele voormiddag in het zalig warme water, en wassen het woestijnstof van ons af. De route gaat verder naar het noorden en helt lichtjes af, en ondertussen zetten we toch een mooi gemiddelde van zeventien a twintig kilometer per uur op de teller. Onderweg vraagt een passerende auto de weg naar het flamingo-reservaat. Wij besluiten meteen daar onze volgende kampeerplek van te maken. Aanvankelijk mag je er niet kamperen, maar mits een beetje sip kijken en wijzen op het late uur mogen we kamperen als we voor de eerste bezoekers onze tent opkramen. We beschikken over zicht op flamingo’s, de sterrenhemel, tafel en stoelen én een toilet met lavabo, wat een luxe zeg! We worden verwend.



Uiteindelijk breekt de laatste dag aan. Het zicht op de Andes en vulkanen is nog steeds adembenemend, maar stilaan verlaten we de Salar de Atacama. We moeten slechts zestig kilometer afhaspelen voor we in San Pedro de Atacama belanden. Een schattig piepklein dorpje vol toeristen, wat de prijzen hier belachelijk hoog maakt. We betalen bijna evenveel als in Santiago, en dan kiezen we nog het goedkoopste hostel uit. Toch, een welverdiend biertje op een terrasje smaakt geweldig, en ’s avonds laten we ons op restaurant een keer goed gaan. Een welverdiend bed en een fijne nacht slaap om de kleine fietspijntjes weg te werken.
Onze ‘rustdag’ bestaat uit tickets boeken, ketting en banden verwisselen en allemaal leuke en minder leuke werkjes. We verlaten morgen immers San Pedro al om richting Bolivië af te zakken. De Salar de Uyuni wacht op ons.
No rest for the wicked!

Donderdagochtend staan we voor dag en douw aan het tourbureau dat ons naar de beroemde Salar de Uyuni zal brengen. Met slechts een half uur vertraging (op zijn Latijns Amerikaans is dat stipt op tijd) trekken we naar de grensovergang met Bolivië. Tijdens het aanschuiven geraken we meteen aan de praat met Stéphanie en Victor uit Zwitserland en Brazilië, en achter ons in de rij treffen we Pierre en Meriem uit Frankrijk.

 Aan de Boliviaanse grens moeten we overstappen in een jeep voor zes personen, en ons Zwitsers-Frans-Marokkaans-Vlaams-Braziliaans reisgenootschap is geboren. Victor en Stéphanie regelen voor ons nog de beste gids uit het bonte gezelschap Boliviaanse chauffeurs dat ons opwacht, en ook dat blijkt een goede zet te zijn. Onze chauffeur/gids/kinderjuf Pedro bezit over een gezonde dosis humor en weet alle leuke kantjes van de woestijn te vinden. Af en toe vragen we ons echt af waar de brave man in godsnaam zijn inspiratie haalt. Halverwege een onverharde weg slaat Pedro steeds doodleuk een nóg slechtere weg in. Wij zijn ondertussen al lang blij dat we deze tocht per 4x4 en niet per fiets afleggen. Wegen zijn hier onbestaand, en de immense stofwolken die de jeeps opwekken zorgen voor de nodige niesbuien.

De eerste halte zijn enkele warmwaterbronnen waarin we ons een halfuurtje op temperatuur laten komen.  Tegen de middag arriveren we in een hostel waar we met heel onze bende op één kamer liggen. We leren er ook de andere groep kennen, al zullen we vooral met Hannes en Lynn uit België en Misett uit Noorwegen optrekken. Daar we bijna drieduizend meter stegen in enkele uren vallen de eerste hoogteziekte-slachtoffers. We delen onze pilletjes uit, en komen er zelf gelukkig goed van af. In de namiddag bezoeken we nog een meer waar duizenden flamingo’s zich ophouden. Tegen dan zit de sfeer er in ons groepje al meer dan goed in. We wandelen ook nog met een bang hartje samen naast de borrelende lava op een actieve vulkaan. Dat schept een band en zo.
De tweede dag trekken we verder de woestijn in. We bezoeken enkele meren,  en stoppen in een prachtig berglandschap om te lunchen. Pedro tikt Bart op de schouder en vraagt of hij de camera even mag hebben. Een kwartiertje later komt de brave man terug met enkele foto’s van twee vossen die zich ophielden aan de voet van de rotspartij. Spichtige beestjes die bij het minste geluid wegspringen, maar dankzij Pedro hebben we er toch enkele shots van. ’s Avonds belanden we in Uyuni, niet echt het meest inspirerende dorp. Na het eten veranderen we onze kamer in bar. Nooit gedacht dat we er tien man in  zouden krijgen, maar het is gezellig, en de rum en biertjes gaan er vlot in.
Dag drie staan we om vijf uur aan de auto om de zoutvlakte te bezoeken. De zonsopgang is niet te versmaden, en nadien ontbijten we in het hotel dat volledig uit zout is opgetrokken. Daarna is het eindelijk foto tijd. We hebben de tijd van ons leven dus even een korte impressie.
 

















Na de zoutvlakte keren we terug naar Uyuni, en moeten we helaas onze vrienden achter laten. Enkel de tangoreizigers en Misett keren terug naar San Pedro, de rest blijft in Uyuni. We rijden tot een uur of acht en worden in een flauwe hostel met dito eten achtergelaten. ’s Ochtends vertrekken we wéér om vijf uur en ontbijten nog een keer aan de thermen, voor we verder naar San Pedro rijden. Als we daar van de bus stappen leren we Richard en Stephanie uit Oostenrijk kennen. Met z’n viertjes trekken we naar een nabijgelegen restaurant. Christophe en Jolien –onze vrienden uit Puerto Varras- blijken in een hostel achter de hoek te zitten, en vervoegen ons voor een pintje. Ook Misett komt mee lunchen dus eindigen we wéér met een gezellig bende aan tafel. ’s Avonds nemen we een bus richting Arica, onze laatste halte in Chili. Van hieruit zullen we richting Bolivië en Peru reizen, verder noordwaarts. Hopelijk lopen we al die fijne mensen nog terug tegen het lijf, want na al dat sociaal contact is het best wel afkicken. We miss you guys!

woensdag 14 maart 2012

Santiago - Til Til - Viña del Mar

Santiago in de smog
Aankomen in een warm oftewel bloedheet Santiago is een ware verademing na wekenlang op gletsjers rond te dabberen of door de regenbuien heen je stuur recht proberen te houden. Eindelijk halen we nog een keer 30°.
Op de één of andere manier vallen we in Santiago meteen op onze pootjes. De hostel stelt niet veel voor, dus wandelen we 's namiddags met een gids de stad af. Blijkt dat we zelf de leukste buurt al lang gevonden hadden, maar toch pikken we een paar leuke ideeën op. 's Avonds rekenen we op de beloofde gratis lunch in de hostel, maar wanneer we arriveren is alles al op. Gelukkig kennen wij al gezellige restaurantjes.
Amigos en terremotos
We bezoeken het huis van niemand minder dan Pablo Neruda, een waar hoogtepunt van onze reis. Je voelt de dichter er gewoon  nog ronddwalen. Al die mooie dingen en dromen komen op je af en confronteren je eens zo hard met de vergankelijkheid van de mens. We tikken nog kaartjes voor Roger Waters op de kop, en gaan "terremoto" proeven, een Chileense mengeling van Ananas-ijs, sterke drank en witte wijn. De beste plek om dat te doen is natuurlijk een plaatselijke kroeg waar alleen Chilenen komen, en binnen de vijf minuten praten we voluit met een familie die de cumpleaños van de jongste zoon aan het vieren is. Lobke haakt af na een halve Terremoto, terwijl de Chilenen er nóg eentje trakteren. We zullen de toestand waarin Bart het pand verlaat   met de mantel der liefde bedekken, niet? Och, het kroegje is vlakbij de plaatselijke overdekte vismarkt, waar je alleen viswinkels en visrestaurantjes vindt. We steken nog een lekker visje naar binnen, en pikken 's avonds een geweldig jazz concertje mee in het Culturele Centrum, een beetje de Singel in Santiago. Net zoals Argentijnen tango dansen zonder al de complexiteit die Belgen erin proppen, spelen de Chilenen hun jazz met de nodige durf, humor en melodie zonder evenwel te vervallen in de noten-neukerij die je maar al te vaak in Belgie hoort passeren.
heel Santiago in Pink Floyd roes!
Zaterdag staat er toch een speciaal item op het programma. Roger Waters speelt héél 'The Wall' in het plaatselijke stadion. Aangezien het om één van Barts favoriete platen aller tijden gaat, trekken we onze stoute schoenen aan. Helaas is héél het stadion alcoholvrij, geen hotdogkraam of hamburger te bekken, dus wringen we ons met een half-lege maag tussen de 60.000 Chilenen, waar je als grote Belg gelukkig gemakkelijk overheen kan kijken. Het schouwspel is geweldig, compleet met vuurwerk en surround-geluid over heel het stadion. De vliegtuigen storten langs alle kanten neer, en Waters' zelf maakt een verrassend frisse indruk. De grafische hoogstandjes die op de muur geprojecteerd worden zijn wat ons betreft de beste die we ooit op een concert zagen. Nadien stappen we een bar binnen en genieten we na van een geweldige avond.
Zoals gewoonlijk slaan we het ontbijt in de hostel over. Me dunkt dat de crisis ook hier voelbaar moet zijn, als een hostal de pretentie heeft van zowaar twéé (!) kleine sneetjes brood met één plakje kaas te serveren onder het moto "breakfast included". Het slechtste ontbijt dat we in vijf maanden geserveerd kregen. En geloof me, we hebben al wat boecht gekregen!

Zondag geven we de fietsjes nog extra spaakspanning, nieuwe remblokken, nieuwe kettingen, en een beetje extra liefde voor we weer de hort op gaan. Maandag proberen we uit Santiago weg te geraken. We doen nog een korte visite bij de fietsenmaker om Barts achteras te voorzien van een nieuwe kogellager. Kost zowaar 3000 peso, oftewel, 4,5€. Dank u wel, zeggen wij dan!

Commandant Guttierrez en wij
We leren snel dat je in tegenstelling tot Argentinië hier absoluut NIET gaat fietsen op de snelweg. Gelukkig vinden we na een tijdje toch de route die we wilden afwerken..We eindigen een 75km later in Til Til, een schattig klein dorpje waar nog nooit één fietsreizigers is blijven hangen. De dame die een biertje serveert op de plaza laat weten dat er geen enkele hostel of kamping in het dorp is. Ze suggereert om de plaatselijke carbinieri ("Bàà de rààkswacht!") te vragen waar we mogen overnachten. Binnen de vijf minuten biedt de commandant zijn tuin aan om ons in te installeren. Het meest veilige plekje van Til Til, bij de Carbinieri in den hof!
Onze gastheer, de commandant van de carabinieri, gaat dolgraag met ons op de foto voor we aan de volgende klim beginnen. We moeten ongeveer 700 hoogtemeters is tien kilometer overbruggen. Ter vergelijking, de Mont Ventoux heeft er 1500 over twintig kilometer, maar de meeste fietsers zeulen daar geen dertig kilo bagage mee naar boven. Afin, been there, done that, al komt deze klim toch in onze top vijf terecht, na de Abra Blanca Aguilas, de Abre de Acay, en nog een honderdtal andere venijnige kuitenbijters waar we ons nu liever niet aan herinneren.
Na de klim volgt natuurlijk de heerlijke afdaling, dertig kilometer lang op fijn asfalt. Dit is het mooiste aan fietsreizen. 's Ochtends je tanden in een lastige klim zetten, en dan de rest van de dag je heerlijk naar beneden laten zoeven, al moet je dan af en toe ook pauzeren om je verkrampte rem-vingers te laten rusten.

Casa Neruda
Helaas wordt na 70 kilometer het verkeer alsmaar driester, en moeten we op een gegeven moment vaststellen dat verder rijden onverantwoord zou zijn. We stranden op tien kilometer van Viña del Mar. Gelukkig stopt er meteen een pickup om ons in te laden. De lieve Chileense familie zet ons af te midden van het dorp, en we vinden vrijwel snel een groezelige hostel. We spenderen één dag in Viña en Valparaiso, waar we het tweede huis van Neruda bezoeken. 's Avonds ontdekken we een plaatselijk BELGISCH restaurant. Misschien speelt er ondertussen een beetje heimwee mee, maar dit is werkelijk het fijnste eten dat we de afgelopen maanden naar binnen speelden. Hulde aan La Ciboulette, een werkelijk fantastisch familie-restaurant. We waren even terug thuis, al is dat voorbij wanneer we de deur achter ons dicht trekken.

Don Juan zag Lobke
niet graag vertrekken.
Vanuit Viña fietsen we verder langs de prachtige kust. We doen onder meer Orcon aan, en vinden nog een prachtige verloren kustplaatsje Papudo, waar we 's avonds met onze gastheer Don Juan -what's in a name-zijn volledige ijskast leegzuipen. 's Ochtends geeft de brave man ons nog een tour doorheen het dorpje, maar daarna moeten wij onverbiddelijk de fiets op. We proberen een driehonderd kilometer in één ruk  te liften, met fietsen en volledige bagage. Achteraf gezien niet het meest briljante idee dat we ooit produceerden, maar net wanneer we willen opgeven komt er nog een brave trucker langs, die ons onderweg zelfs een empenada trakteert en een hostalletje zoekt om ons af te zetten.

Nu heb je gore hotels, gore truckers-kroegen, gore wegrestaurants of gore dancings. Wij slaan er zowaar in om in een degoutant ga te belanden dat AL deze locaties in één plek weet te combineren. De schimmel teert weelderig in onze kamer als tienerzwangerschappen bij een familie marginalen. Het restaurant dat bij onze hostal hoort wordt bevolkt door truckers, die luidruchtig de literflessen Cristal naar binnen gieten, terwijl op de televisie de ene blote-tetten foto na de andere wordt geprojecteerd. Helaas is de beeldverhouding van het toestel fout ingesteld, zodat al dat bloot vlees samengedrukt wordt weergegeven. Het lijkt meer op een freakshow of dwergenporno dan op een afdeling fijne vleeswaren. Dat het eten aldaar ook geen Comme Chez Lobke is moeten we waarschijnlijk niet vermelden, en als om één uur 's nachts de ruimte boven de hostal een dancing blijkt te zijn waar tot vijf uur 's ochtends live muziek wordt gespeeld, moeten we toch een eindje zoeken om de humor er van in te zien. De Laurel & Hardy one-liner "That's another fine mess you got me into" durft al een keer gebezigd worden.
We tuigen 's ochtends snel op, eten een banaantje op de dijk met zicht op de Pacific, en fietsen de laatste tien kilometer naar La Serena in een stralend ochtendzonnetje. Het voelt als e vlucht uit Egypte. La Serena charmeert, en we vinden meteen een hostal met een ruime patio, geweldig bed en een ontbijtmenu om u tegen te zeggen. Een warme douche later is de miserie van de vorige nacht alweer vergeten.
De rest is voor de volgende keer! Oogjes dicht en snaveltjes toe, slaap lekker!!!!

donderdag 1 maart 2012

Chili: Carretera Austral, Chaiten, Puerto Montt, Puerto Varas

Cycling with Justin
Since we run into more and more foreign friends everyday now, an English blog wouldn't be a bad idea. We left Futaleufu after a day of fierce rain. Because of this, the "rippio" road we had to take was actually quite firm. All dust was gone, the soil responded well to the weight of the bikes, and the only tough parts were the few hills we had to climb. At the end of the day our rafting-buddy Justin caught up with us. We found a great camp site at the lake, pitched our tents and dropped our spaghetti in the sand whilst cooking.
A lot of  rain again during the night, but we still got to leave in the morning in bright sunlight.But by the time we reached Santa Lucia it was raining cats, dogs, platypus, hedgehogs, the latter! We stopped for  a quick coffee, hoping it would clear out. After an hour or so we gave up, sad our goodbyes, and went our separate ways. Justin would be heading for La Junta, where heavy fishermen protest was occupying the city. We turned north on the Carretera Austral, hoping for some rays of sun. The rain grew heavier and heavier, and we didn't come across one shelter. When we finally reached a camp site we just set up our tent and spend the evening with some Chilean cyclists and families, packed together at a wood stove, but still it was much fun!
It doesn't ALWAYS rain!
We spoiled ourselves the next day by riding uphill to a natural hot spring camp site. The friendly owners of the site sold us some beers (illegally! don't tell anyone!) and 'kuchen', which is a hot apple pie, with marmalade on top. Yummie! The third day was a day of reward, as we reached the downhill asphalt section of the carretera towards Chaiten. We raced downhill at 25 to 35 km an hour, reaching El Chaiten right before the Siësta. We didn't plan to spend the night there, but the rain made us change our plans yet again. When the downpours started we waited until 4 PM before deciding to find a hostel and get some rest. Luckily, we found a great hostel right before it was fully booked. We also managed to find the only family restaurant in town, where the people who work the boats came in every night to grab their supper.
Cyclist flash mob!
 We kept on meeting a lot of people. A wonderful biker trio from Alaska invited us over for the summer, and right before we took our last 10km trip we ran into Manu, another Flemish cyclist. We chatted for a few minutes, when another couple cyclists showed up, and another and then some more, and within ten minutes we ended up with eleven cyclists from all over the world at the same spot. We had a good laugh, took a picture and went our separate ways. Lobke & I finally made it to the harbour where we could grab our boat the next day.
Trucking!
The friendly lady who sold us our boat-tickets "forgot" to mention that our boat trip consisted of TWO boat rides with only 10 km overland in between which we had to cross in 20 minutes. Impossible to make it in time by bike. Lobke flashed her baby-brown eyes at a friendly trucker, and we got hauled in the back of his truck by seven Chilean travellers. They all hitched a ride with the same truck, and we spend the whole trip chatting and joking.

By nightfall we reached the little town of Hornopiren. We didn't have to look very far to find a room, nearly every family was renting out their spare rooms.
Soaked cyclists!
The next day started with some fierce cycling uphill, and as we expected, after an hour that damn rain set in again. We got some shelter and cooked some soup to keep us warm, but it was obvious the rain would last for the rest of the day. We decided to hit the road in our rain gear, which of course is as useful as draping a newspaper around your shoulders when you're sweating and cycling through this kind of shitty weather. By accident we missed the junction towards the sea, which meant we just had to cycle towards the next village, climbing hill after hill in the pouring rain. Not our best day on the road. When we finally reached Contao the rain just got heavier and heavier and even turned into hail, so we ended up completely soaked at the tourist office.The lady who ran this place was so nice we thought she was on drugs. You'd have to look very hard to find a warmer friendlier person. She pointed us toward Dante hostel. On the way there we ran into another cyclist, Chris from Portland, who hooked up with us. The ladies at Dantes received the soaked cyclists by starting a wood-stove near our rooms and turning on the boilers for hot water. In the evening, the lady of the house (not Hyacinth, mind you) cooked us the best salmon dish we had ever had. We really got spoiled.In the morning we only had a ten kilometre ride before reaching the harbour where we hopped on our next ferry. Riding along the coast proved to be beautiful, we even got a glimpse of three black dolphins!
 The road finally turned to asphalt again? and the kilometres towards Puerto Montt went very smoothly. The owners of our hostel there made Basil Fawlty look like a sane person. Still, they had cheap and decent beds. We teamed up with Chris again to grab a beer in the evening. The next day was, guess what, yet again a day of heavy rain, but we decided to hit the road anyway. With Puerto Varas at only 20 kilometres we knew we had seen worse, no matter how bad the road turned out to be.
At our Hostel in Puerto Varas we met a great Flemish couple from Leuven who just got their degrees and decided to hit the road before joining the rat-race! So nice to speak Flemish again. We exchanged books and ended up cooking nearly every morning and evening at the same time. (Internal Flemish clock still ticking). Great times, great wines 'n beers, and since it was raining anyway we grabbed some time off to plan our next steps and give our bikes some well-needed tender-loving-care.
On Wednesday the 29th we got transport to Santiago, Chile's biggest city.  Getting tucked in by the bus attendant was another beautiful experience.
Tell you all about Santiago later, but it appears to be one of the most beautiful cities we' ve seen so far!

PS: For the Flemish the same!


Aangezien we elke dag meer en meer buitenlandse vriendjes leren kennen lijkt een blog in't engels niet eens zo'n slecht idee.
Fietsen met Justin
We verlieten Futaleufu na een dag vol hevige regen. Dat speelde wel in ons voordeel, want de rippio was vrij stevig, alle stof leek verdwenen en de bodem gaf goeie weerstand aan het gewicht van onze fietsen. Het enige moeilijke waren de heuvels die we op en af moesten rijden. Tegen de avond aan haalde onze rafting-kameraad Justin ons in. We vonden een mooie kampeerplaats naast het meer, waar we onze tent én onze spaghetti neerplantten.
Het regende weer de hele nacht, maar 's ochtends  konden we toch bij een bleek zonnetje vertrekken. Voor we Santa Lucia bereikten regende het echter weer  pijpen-, sigaretten- en sigarenstelen. We schuilden bij een koffietje, hopend op een droge namiddag, maar zelfs die kregen we niet. We gaven de hoop  op een droog vertek dan maar op. Justin ging op weg naar La Junta, waar een hevige  vissersopstand woedde. Wij draaiden op de Carretera Austral naar het noorden, en we hoopten op een paar zonnestraaltjes. Vergeet ook die paar zonnestraaltjes maar! De regen dikte alleen maar aan, en onderweg kwamen we niet één schuilplaatsje tegen. Wanneer we eindelijk een camping vonden, zetten we onze tent snel op, en brachten de rest van de dag door met enkele Chileense families én fietsers rond een houtvuur. Toch geen slechte avond uiteindelijk.
Opklaringen!
's Anderendaags verwenden we onszelf met een bezoekje aan een camping met enkele  warmwaterbronnen. De vriendelijke uitbaters verkochten ons enkele biertjes (onder de toog wegens illegaal) en een overdosis "kuchen", een soort warme appeltaart met confituur. Lekkeur!
Dag drie kregen we eindelijk een mooie beloning, met name een asfalt-weg die over het hele traject naar Chaiten bergaf ging . We lieten ons lui naar beneden zoeven tegen 30 km per uur, en kwamen net voor de siesta in Chaiten aan...samen met de volgende immense regenbui. We waren niet van plan in Chaiten te overnachten, maar de continue drash maakte dat we onze plannen nog maar een keer konden veranderen. Tegen 16u besloten we niet verder te rijden en zochten we een hostel om een slaapje te doen. We vonden de 'Don Carlos ' hostel net voor hij helemaal volzet was, en ook dat ene familierestaurantje waar alle bootsmannen 's avonds kwamen eten. Bootsjungeuh!!
Fietsers flash mob!
We blijven maar nieuwe mensen ontmoeten. Een tof biker-trio uit Alaska nodigde ons uit om onze volgende reis bij hen te starten. Net voor we onze laatste tien kilometer aflegden liepen we Manu, een collega fietser uit Dendermonde, tegen het lijf. We babbelden een beetje, tot er een ander groepje fietsers opdaagde, en nog één, en nog één...we eindigden met negen fietsers in het midden van de weg. Iedereen vond het geweldig grappig, we namen een fotootje en gingen elk onze weg. De tangoreizigers  (volgende keer heten we de zadelpijn-reizigers of zo denk ik) zetten hun tent op aan het haventje om de volgende overzetboot te nemen. De vriendelijk dame die ons onze boot-kaartjes verkochtte, vergat te vermelden dat we niet één maar twéé bootjes dienden te nemen. Tussen beiden bootjes lag een tien kilometer zandweggetje dat we in minder dan 20minuten dienden af te leggen.
Te land, ter zee,...
Onmogelijk te fietsen dus! Lobke lachtte vriendelijk naar een vriendelijke  vrachtwagenchauffeur, terwijl zeven Chilenen onze fietsen al in zijn truck aan het laden waren. We zaten uiteindelijk met z'n negenen achterin. Het werd een hele rit straffe verhalen uitwisselen en moppen tappen. Tegen de avond kwamen we in Hornopiren aan. Een kamer vinden bleek niet zo moeilijk, aangezien zowat elke familie daar hun logeerkamer verhuurde. De volgende dag begon met enkele stevige klimmetjes. En zoals verwacht begon na enkele uren die verdomde regen weer. We schuilden even rond een potteke soep, maar het werd al snel duidelijk dat de regen de rest van de dag zou aanhouden. We reden verder in onze regenpakken, die na een uurtje zweten  natuurlijk even waterdicht waren als een natte krant.  We misten ook nog eens de afslag naar de kustweg dus moesten we verder over de bergjes doorheen het k*tweer. Wanneer we Contao bereikten kregen we nog een extra stortvlaag regen en hagel te verwerken.
Bart & Chris doorweekt!
Compleet verzopen stonden we uiteindelijk  in het toeristeninfobureautje. Welke drugs de lieve dame daar ook had genomen, we zouden er graag een kilootje van bestellen. Zo'n lief madammeke!  Ze stuurde ons naar het gloednieuwe 'Dante' hostel. Onderweg liepen we de eveneens verzopen fietser  Chris tegen het lijf, die mee richting onze hostel trok. De lieve familie verwelkomde er ons, en staken meteen het houtvuur naast onze kamer aan, én de boiler voor de warme douche. 's Avonds kookte de mater familias voor ons de beste zalm die we ooit al gekregen hebben. 's Anderendaags reden we een tiental kilometer naar de volgende ferry, en fietsten welangs de kust naar Puerto Montt. Onderweg zagen we zowaar enkele zwarte dolfijnen!
We kregen eindelijk terug asfalt onder onze banden (steeds een klein feestje voor zowel het koppeke als het poepeke!) en de laatste kilometers verliepen zuutekes. Naast de eigenares van onze hostel in Puerto Montt zou Basil Fawlty zowaar een zinnig man lijken (en Bart een nuchter mens!) We troffen Chris weer en dronken samen een pintje, voor we 's anderendaags, wéér in de gietende regen, richting Puerto Varas fietsten. We hadden maar twintig kilometer voor de boeg, dus wat er ook uit lucht zou vallen, we hadden het op z'n minst ooit al eens een keer erger gehad! (met dat soort dingen hou je je dus overeind na een week door de regen ploeteren)
In onze hostel in Puerto Varas leerden we Christophe en Jolien, een tof koppel uit Leuven, kennen. Aangezien we allevier nog altijd op onze interne vlaamsche klok draaiden zaten we tijdens het ontbijt en het avondeten meestal naast mekaar te kokkerellen.  We wisselden boeken en blogs uit, en aangezien het toch voornamelijk regende, namen we wat extra tijd om onze fietsen een onderhoudje te geven.
Woensdag 29 februari namen we de bus naar Santiago, de hoofdstad van Chili. In de nachtbus ondergedekt worden door de busbeambte is weer een extra leuke ervaring. We vertellen alles over Santiago in een volgende blog, maar voorlopig lijkt het al de beste stad die we ooit tegenkwamen, alleen al omwille van de temperatuur en de zon die er volle petrol schijnt!

vrijdag 17 februari 2012

Argentinië - Chili: Bariloche - Rio Manson- El Bolson - Epuyen - Futaleufu

Met een klein hartje gingen we onze fietsen oppikken. Vier weken geleden werden ze moederloos achtergelaten bij een plaatselijke fietsfixer die we eigenlijk met de natte vinger hadden gekozen, voornamelijk omdat hij onze roestbakjes drie weken kon stallen.
De brave man bleek niet alleen onze banden geïnstalleerd te hebben, ook de derailleurs en remmen hadden een nazichtje gehad. Totale kostprijs: 25 Ar$, oftewel een dikke vier euro. We proberen de man nog een honderdje in zijn handen te stoppen maar Rodrigo wil van geen wijken weten.Daar sta je dan voor de zoveelste keer met je mond vol tanden. Wie in Bariloche komt, ga langs de I-rent shop voor al je fietsspullen en zeg Rodrigo dat Bart en Lobke je gestuurd hebben.
's Anderendaags is het terug fietsjes opladen. We leren nog net een sympathiek koppel uit Turnhout kennen die zich over onze gelezen boeken willen ontfermen (wéér een kilo lichter, yippie!), maar dan is het onverbiddelijk de weg op. Het weer is bij ons vertrek (nog) niet geweldig, maar we kennen de route al wel n beetje. De benen komen al snel los, al moet Lobke de moed er bij Bart toch een keer hardhandig inpeperen. Gelukkig hebben we twee busjes pepperspray bij de hand en verloopt de tocht gezellig.
We krijgen hoe langer hoe meer de perfecte route voorgeschoteld. Het weer wordt prachtig, de weg is prima geasfalteerd, en de fietsen rollen als nieuw.

Wat hebben we uiteindelijk veranderd?
-De Continental Travelcontact fietsbanden zijn vervangen door gloednieuwe Schwalbe Marathon Mondials. Probeer die in België maar eens te vinden, laat staan in Argentinië. Toch rollen wij er op, en al is hun rolweerstand een pak hoger dan de Continentals, we voelen ons al een pak veiliger met deze Kevlar-beestjes. Als reserveband hebben we twee vouwbare Schwalbe Marathon Extremes in de bagage zitten.

-Met een digitale drukmeter controleren we voortaan om de andere dag de bandenspanning. Ons kleine pompje kon hoogstens drie Bar in onze banden blazen. Veel te weinig voor een volgeladen fiets te steunen op de onverharde wegen hier. In El Bolson tikken we een grote pomp op de kop die eigenlijk niet eens zo zwaar is, maar waarmee we onze banden wel vlot op 5 Bar kunnen zetten. Het verschil is niet alleen voelbaar bij het rijden, je ziet de band ook duidelijk minder indeuken.

De indrukken en belevenissen van een fietsreis zijn weer meteen zoveel intenser dan wanneer je via bus of auto zou rijden. We slapen aan de rivier op een campsite die gerund wordt door het evenbeeld van Saai Babba, passeren in het slaperige dorpje Epuyen waar we een extra tien kilometer uit de vermoeide benen wringen om op een kleine boerderij aan een idyllisch meer te overnachten en onze kampvuurkwaliteiten nog een keer uittesten. We proeven een lokaal biertje in El Bolson, om uiteindelijk aan onze laatste kilometers in Argentinië te beginnen. De weg verandert helaas in een stenen ballenbad, waar we aanvankelijk met moeite de kilometers afleggen. Via een laatste Nationaal Park Los Alerces trekken we richting Chili. Het is tandenknarstijd op de zware wegen. De kilometers vorderen traag, ons hele lijf krijgt voordurend schokken te verwerken, zadelpijn krijgt nieuwe dimensies (de kans dat Bart ooit nog kinderen gaat krijgen neemt elke dag een beetje af), maar de fietsjes gedragen zich méér dan goed. Geen spaak die breekt, geen band die klapt, af en toe moeten we de ketting er terug op leggen en trappen we verder richting de grensovergang. Het landschap rondom is het prachtigste dat we in heel Argentinië zagen. Het wordt nog moeilijk om afscheid te nemen.

Zelfs de meest nors uitziende grensbewaker klaart zichtbaar op wanneer de beambte 'cyclistas' mompelt. We moeten in twee zinnen vertellen waar we allemaal geweest zijn en krijgen een goede reis gewenst. Chili verwelkomt ons dan weer met een geweldig asfalt, en ook hier veranderen de kwaad uitziende beambtes in gezellige nonkels. Lobke vinkt per ongeluk 'Masculino' aan op haar immigratieformulier, en mag tot groot joleit van de douane een nieuw exemplaar invullen.
We kleven een Argentijns vlagje op de fiets ter afscheid van dit mooie land. Lieve mensen, prachtige oorden, lekker eten, lekker bier en fijne wijn, maar we zijn toch blij om eindelijk in Chili te belanden.
Onze eerste halte heet Futaleufu. In dit piepkleine dorpje kom je om te kayakken of de rivier af te raften. We kijken niet veel rond voor we een familie-hostel binnen duiken. Het ruikt er naar de houtkachel die in de living staat. We krijgen elk een ruim bed met voldoende dekens om je warm te houden. Het douchewater is af en toe zelfs lauw wat toch wel welkom is na een zware fietsdag.

Klasse V rapid!
We stappen op goed geluk bij Condor Fú binnen, één van de plaatselijke rafting-organisaties. Het blijkt een jong team te zijn dat ons twee heerlijke rafting dagen bezorgt. Tussenin raften we ook een keer met Futaleufu Explorer, maar hun chaotische aanpak en nonchalante rafter geven niet veel vertrouwen. We leren John en Kirstie uit Australië kennen. Met hen gaan we de laatste dag raften en 's avonds lekker uit eten.
's Anderendaags lassen we één rustdag in omdat de regen toch met bakken uit de hemel valt. Zaterdag 18 februari is het onverbiddelijk terug de fiets op! Vanaf nu trekken we richting het noorden! We zijn er nog lang niet hoor!

maandag 6 februari 2012

El Chalten : 't zal wel zen!


 We vonden het wel jammer dat Torres del Paine maar voor de helft geopend was, maar niet getreurd. Een trekking naar bijvoorbeeld de Fitz Roy kan ook best wel eens de moeite zijn. Tijdens de busrit herhalen we vaak genoeg hoe blij we zijn dat we dit  stuk niet met de fiets afleggen. Driehonderd saaie kilometers langs een woestijn waar werkelijk niets te zien valt, maar waar je letterlijk omver geblazen wordt als je uit de bus stapt. Welkom in Patagonië heet dat dan.

Mount Fitz Roy
Lago de Los Tres


Hostel Condor del Andes heeft een piepkleine dorm met vier bedden waar wij er eentje van bezetten. Zoals gewoonlijk zijn de bedden te kleine voor mensjes van één meter tachtig, en de matrassen hebben ook al hun beste tijd gehad. Nee, dan liever onze thermasrestjes, al is die van Lobke wéér lek.
Om mensen te ontmoeten is deze hostel werkelijk geweldig want er is eigenlijk gewoonweg niets. Geen internet, geen tv, geen boeken, je moet maar met jezelf spelen. Elke avond belanden we na onze trekkings steevast in de sofa en geraken we aan de praat met de hele wereld. Een Amerikaanse wereldverbeteraar, een Japanse muzikante, een schuchtere Italiaan die Caesar heet,  veel Franse en Duitse mensen, iedereen passeert de revue.

Gelukkig zijn we hier om trekkings te doen, al kunnen we ze zeker niet allemaal afstappen. Het zicht op de bergen en gletsjers is steevast adembenemend. Ook de routes zijn eigenlijk gemakkelijker af te leggen dan eender welke trekking die we al maakten. Vooral de bossen waar we door moeten zijn op z'n minst gezegd Patagonisch; er liggen evenveel omgewaaide bomen en dode woudreuzen dan dat er nog overeind staan. Je kampeert er zelfs gratis maar toch zijn de meeste kampeerplaatsen niet al te druk bezet.
De eerste halte heet Camping Poincenot. Het hele kampeerplekje ligt gelukkig een goede anderhalve meter lager dan de rest van het bos en blijft zo gespaard van de meeste wind. Onze tent lijkt wel de Pfaff-villa in vergelijking met de meeste (huur)tentjes die je hier ziet. De naaste buren zijn twee Chinese jongens die een wel héél intieme nacht tegemoet gaan in hun mini-tentje, dat je met gemak onder onze voortent had kunnen opstellen.

Cerro Torre en Glaciar Maestri

Vanuit de camping trekken we naar enkele viewpoints om de gletsjers te bekijken. Ook hier kan je de zon zien opkomen maar dat laten we dit keer aan onze neus voorbijgaan.
De kou (lees: een goeie 11° die dankzij de wind ijskoud aanvoelt)  liegt er helaas ook niet om, dus duiken we na de trekkings snel de slaapzakken in. We lieten Rindert enkele modellen uit Nepal opsturen die je warm houden bij -15°. Iemand in België nog zo'n slaapzakje nodig op dit moment?
Kampeer-eten is ook een keuken apart, waarbij je liefst Paul Goossens niet over je schouder laat meeloeren. De basiskeuken omvat gedroogd fruit, melkpoeder en muesli voor het ontbijt. 's Middags zijn we op tocht meestal aangewezen op krakers en kaas (al is iemand dit keer de kaas vergeten mee te nemen), 's avonds koken we soep, rijst of pasta aan ons tentje. Gelukkig is Lobke chef-kok van dienst dus eindigen de simpelste gerechten steevast heel smakelijk.

Gorilla in de mist
De tweede dag trekken we verder naar camping D'Agostini die vlak aan een prachtige rivier ligt. Overal kom je trouwens kleine riviertjes van gletsjerwater tegen. Dorst? U duikt er maar in, want het water is drinkbaar. Er zijn te weinig superlatieven in de wereld om te beschrijven wat drinken uit de rivier met een mens doet. We zien onszelf nog niet zo meteen uit de Schelde drinken, maar hier is het water kristalhelder en eigenlijk best lekker.
Vanuit deze campsite is het slechts een korte wandeling naar de Cerro Torre en de Maestri gletsjer. We zoeken een plekje uit de wind tussen de rotsen en gaan gewoon een uurtje zitten genieten. Na een tijdje trekt het wolkendek zelfs een beetje open en krijgen we beter zicht op de bergtoppen. Daarna pakken we weer in en dalen we terug af naar El Chalten om één dagje platte rust te houden en onszelf een suiker-vergiftiging te bezorgen in het plaatselijke pannekoekenhuisje. Er is nog één bergje dat we over kunnen steken van hieruit, maar na een vier uur klimmen blijken de pieken allemaal verborgen te zitten in het wolkendek.
We besluiten ons verblijf in el Chalten met een etentje in de plaatselijke Cervezeria, in gezelschap van onze kamergenoot Jamie. 
's Ochtends pikt de shuttle ons véél te vroeg op om richting de luchthaven te vertrekken. Gelukkig is er daar een goeie koffiebar en een prima hotspot om emails te lezen. De vlucht verloopt vlekkeloos, én de luchthaven van Bariloche is terug open, dus zijn we véél vroeger dan verwacht terug in Hostel Patanuk, waar we een hete douche en een fantastisch bed vinden om een welverdiende siësta te houden. Slaapwel!

zaterdag 28 januari 2012

van Perito Moreno naar Torres del Paine : Ice Ice Baby!

De Perito Moreno...zonder koekske
Via een veel te dure binnenlandse vlucht belanden we in El Calafate, weer een typisch toeristenstadje. Werkelijk alles draait hier om excursies naar de Perito Moreno gletsjer. Je vindt hier ook alle aanverwante business, tot het verkopen van thermisch ondergoed in lama-wol toe.
Wij trekken er via de boot op uit om zo dicht mogelijk bij het ijs te komen. Als een groot deel van de gletsjerwand zich plots los maakt en in het meer stort deint ons bootje heftig op en neer van de ontstane golven. Een schitterend zicht weeral, al missen we de kleinschaligheid van onze vorige trekkings. Hier zitten net iets teveel haringen bij ons in de ton.
Klein ijsschotsje
 De tweede dag besteden we volledig op het water. Ons boottripje gaat onder meer naar de Upsala en Spegazinni gletsjer. Prachtig, mooi, maar zoveel ijs, en wérkelijk nergens chocoladesaus, nootjes of een koekske te bekennen.



Het Torres del Paine park is weer geopend na een enorme brand. Een klein deel is open voor het publiek, en dat willen we absoluut niet missen.  Het park ligt een vijftal busuren van El Calafate, én over de Chileense grens. Eindelijk geraken we een keer in een ander land dan Argentinië. Aan de grens gaan onze koffers allemaal door de scanner, om te vermijden dat Argentijns fruit en groenten met vreemde bacteriën en virussen de grens overgaan. Eerst aanschuiven om een Argentijnse stempel te krijgen, daarna de Chilenen aan de beurt. Zo geraakt dat reispaspoort eindelijk gevuld.
Los Cuernos & blue sky!
In het piepkleine stadje Puerto Natales, dat integraal op het natuurpark Torres del Paine is toegespitst, krijgen we eindelijk te horen hoe erg de schade wel is na de brand. De helft van het park, met name de westkant rond de gletsjer is niet toegankelijk. Het W-circuit is herleid tot een V circuit, en de grote trekking doorheen het park kan je maar tot in Camp Dickson afleggen, waarna je terug moet keren. Voor iedereen wie naar Torres del Paine gaat is de 'vergadering' in Erratic Rock Basecamp, één van de vele hostels annex reisbureaus hier, een absolute must. Elke dag om 15u is er gratis koffie en wordt er uit de doeken gedaan wat er mogelijk is qua trekking, worden er tips gegeven qua uitrusting, voeding, routes die wel of niet de moeite zijn, enzovoort. Gezien de drukte en de weinige campings die nog beschikbaar zijn wordt het ook echt wel plannen.
De eerst mogelijk bus laat ons rond elf uur in het park. We krijgen de voorzorgsmaatregelen in verband met vuur maken nog dubbel en dik ingeprent, daarna mogen we er op uit. De eerste dagtocht gaat naar de Refugio Los Cuernos, één van de weinige campings die nog open is, en dat voel je er helaas aan. In elk hoekje waar maar gecampeerd kan worden staat een tent. We merken wel op dat dit deel van het park in privé bezit is, en dat merk je ook aan de service. Is er nog plaats op de camping? Geen idee, maar het kost je 24000 Peso. Gelukkig vinden we nog een plekje en kunnen we nog een hete douche krijgen. Lange rijen wachtenden aan de twee schamele douches en toiletten, maar dat was wel te verwachten.

Kouwe tenen, kouwe klauwen!
De eerste dag trekken we richting camping Italiano in Valle Frances. Je mag er wel niet meer overnachten maar het is de eerste halte op een lange dagtocht. Helaas beginnen de weergoden roet in het eten te gooien. Als we aan de camping komen barst een hevige regenbui los. We schuilen tot het weer na een uurtje opklaart. Eens we verder trekken lopen we alle doorweekte ongelukkigen tegen het lijf die de bui boven op de berg meemaakten. We krijgen de raad terug te keren, te veel wind, te nat, te gevaarlijk, maar we beslissen toch om nog even verder te trekken onder de voorwaarde dat we rechtsomkeer maken van zodra we het te gevaarlijk vinden. Maar het onweer en de wind blijven allemaal braaf binnen de perken. Wanneer we aan camping Britanica arriverenkomt de zon er zelfs even door. Allright! Het uitzicht is fantastisch! Je ziet dat doorbijten en een kleine dosis geluk af en toe niet ontbreken.We genieten van de overwinning en een kleine lunch met zicht op de Cuernos bergen alvorens we aan de lange terugtocht beginnen. Die dag moeten wij zowat de enigen geweest zijn die een mooi uitzicht hebben gehad.

Op het “strand” aan het gletsjermeer begint te wind pas echt Patagonisch te worden en waaien we bijna van onze sokken. We genieten van het lichtspel dat de zon op het water projecteert en de wind die af en toe een plets water meters ver waait. Eens op de camping is het wel even schrikken. Onze tent heeft blijkbaar een wandelingetje gemaakt. Enkele stokken zijn verbogen en bijna alle piketten werden uitgerukt. We maken ze met enkele rotsblokken steviger vast en hopen dat ze dit keer wél blijft staan. Geen probleem, gelukkig!
De derde dag trekken we nog hoger, via Camping Chileno (wééral zo'n privégedoe) naar Camping Torres, dat middenin een bos ligt maar dit keer wél uitgebaat wordt door het park zelf. Het kamperen is er veel primitiever maar de plekjes zijn veel beter ingedeeld, en de parkwachter weet ons te vermelden dat we de zonsopgang op de Torres del Paine zelf kunnen zien om zes uur 's ochtends, na een uurtje klimmen. Lobke moet al haar charme in de strijd gooien om Bart om vijf uur uit zijn slaapzak te krijgen, maar het loont de moeite. Na een bitterkoude klim van een uur krijgen we de mooiste zonsopgang in het park te zien. De rotsen kleuren goud in de ochtendzon met een warme vuurgloed. We maken enkele foto's van onder onze meegenomen slaapzak, terwijl onze vingers er bijna af vriezen. Snel terug naar beneden om warme koffie te zetten, de tent op te kramen, en de tocht naar ‘huis’ aan te vangen.
Vermoeide kampeerder
De busjes naar Puerto Natales zitten vol stoffige vermoeide kampeerders. In de hostel is er de welkome hete douche. We gunnen ons een halve dag in de sofa van het meest geweldige eethuisje in Puerto Natales, “El Living”. Stapels tijdschriften waaronder twee recente Humo's, lekkere hapjes en Chileense wijn maken dat we niet uit de sofa's geraken tot het tijd is om te gaan slapen.
Lobke laat Bart dit keer zelfs tot zes uur liggen, daarna is het weer de bus op voor een dagje bussen naar El Chalten, weer in Argentinie. Kan iedereen nog volgen?

woensdag 18 januari 2012

Edelweis & het Wapperende Wiebelende Woud!

Als je een kruising tussen de Antwerpse Meir en een Zwitserse koekoeksklok zou maken krijg je Bariloche. In de winter sneeuwt het hier en gaat de plaatselijke pigmee lekker skiën, in de zomer wordt er geraft en rondom het meer gehangen. We moeten even slikken, want in Mendoza waren we kind aan huis in onze hostel, terwijl we in onze nieuwe verblijfplaats "Los Troncos" de inheemse koe die de balie bemant haast van achter haar facebook moeten slaan alvorens ze ons wat aandacht schenkt. Hier ben je een toerist, punt uit! Och, we genieten van het uitzicht en boeken meteen onze rafting.
We raften 's anderendaags van Argentinië naar Chili. De rivier ligt er op z'n minst kalmpjes bij, dus duiken we onderweg af en toe met de voltallige crew overboord om te 'verfrissen'. Onze gids besluit uiteindelijk ook maar om de boot te laten voor wat hij is, en we eindigen met z'n allen in het water. Lollig hoor! 's Avonds speelt een schattige Beatles-coverband een korte set op het marktplein. Het fonetisch gezongen Engels valt gelukkig nog mee.

Als we zaterdagochtend twee Belgen (mensjes, niet de popgroep) aanspreken leren we dat het Torres del Paine park ondertussen terug open is voor het publiek. We gooien al onze plannen overboord -zijn we sterk in ondertussen- en boeken een vlucht naar El Calafate voor de komende week.We hebben vier dagen over dus boeken we nog een trekking naar de gletsjers van Pampa Linda. Typisch Lobke en Bart om in vier vrije dagen nog een trektocht van drie dagen te plannen die toch niet te onderschatten valt. We spenderen onze laatste uren in de stad aan het zoeken van een rugzak en eten voor onderweg.
We hebben al eerder meegemaakt dat reisorganisaties 'vergeten' bepaalde details te vermelden. Zo was er in Cuba ooit een treinritje waarbij een brug op het traject ingestort was, zodat we slechts de helft van de route afreden om daarna doodleuk achterwaarts terug te tsjoeken. We kunnen nog dergelijke verhalen vertellen, dit keer was er gelukkig de vriendelijk man van de fietswinkel die ons op tijd vermelde dat er in Pampa Linda een plaag heerst van dikke zwarte steekvliegen (dazen). Vergeet de deet-spray, de beestjes kunnen er ondertussen tegen. Oh ja, en het zijn allemaal carnivoren! Gezellig, toch?

Daarboven kamperen we!
Als we ons hoofd nog maar uit het registratiekantoortje aan de voet van de berg steken begint het spelletje al. Een stuk of tien dikke zwarte zoemers vallen aan. Het lijken wel mini-Hells Angels die gyroscopisch rond je hoofd zoemen en af en toe kamikaze-gewijs zich in je oren of neus trachten te boren. We grabbelen een twijgje en beginnen wapperend aan onze tocht. Ondanks het fantastische uitzicht worden het vijf zware klimuren. Zonder flauw te doen, de continue aanvoer van dazen maakt dat je geen seconde kan blijven staan dus spurten we naar boven. Enkel als we aan de gletsjers arriveren stopt het irritante gezoem eindelijk en kunnen we van het prachtigste uitzicht ooit genieten.

Om het ietsje rustiger aan te doen combineren we 's anderendaags twee trekkings tot één lange trek van ongeveer elf uur. We dalen vier uurtjes de berg weer af om dan naar een andere gletsjer te trekken. Het wordt een fantastische tocht die werkelijk alle ondergronden aandoet. We dalen rotsen af, klimmen via enorme boomstronken langs de bergwanden omhoog, slingeren ons over omgevallen woudreuzen over een piepklein rotspadje, om tenslotte een kleine rivier over te steken waar we eigenlijk niet op gerekend hadden. De stroming staat er enorm sterk, dus zijn we blij dat we de overkant halen, al volgt er daarna nog een stukje moeras waar we wéér natte voeten halen.

Glaciar Las Frias
Na een uur of tien is de energie wel helemaal zoek. Het laatste uurtje kost enorm veel moeite, maar we worden weer beloond met zicht op de prachtige Frias-gletsjer. Aan de voet van dit natuurwonder slaan we ons tentje op. De badkamer is volledig opgetrokken in natuursteen en het stromend water wordt vers aangeleverd via de watervallen. Ijskoud, maar oh zo verfrissend.
Bart, stabieler dan ooit!
De derde dag kramen we ons tentje op en hebben we een korte trek van ongeveer vier uur voor de boeg. We komen sneller dan verwacht aan de boom-brug over de rivier, wat niet veel meer is dan een omgevallen boom waar een lange wiebelende brug van gemaakt werd. Toch best wel wiebelend genoeg!
Na een lange wandeling rusten we in het zonnetje tot onze boot richting Bariloche aankomt. Kuiten, benen, schouders, alles wat beweegt begint stilaan tegen te sputteren. We pikken de fietsjes op en trekken naar ons nieuwe hostel Patanuk. We slapen er een nachtje met zicht op het prachtige meer. Ook onze laatste doos buitenbanden is aangekomen, al heft de vriendelijke douanier er een fikse 50% taksen op! Slik! Doorspoelen met een fris flesje Argentijnse schuimwijn me dunkt! Vannacht vertrekken we naar El Calafate!