vrijdag 16 december 2011

San Antonio de Cobres - Abre de Acay - Iglohut - La Poma

San Antonio de Corbes is een stoffig dorpje waar weinig te zien valt. Het enige ietwat aantrekkelijke gebouw is een klein kerkje op de Plaza, en onze hosteria.
We slapen een gat in de dag, ontbijten laat met ietwat redelijke koffie voor één keer. (Wij zijn zo gek een espresso-kan mee te zeulen. Geweldig hoor, koffie zetten aan je tentje! En voorlopig nog altijd bijna de beste koffie die we dronken)
We informeren bij de plaatselijke politie of de Ruta 40 naar Abre del Acay  doenbaar zal zijn morgen. “Geen probleem,” klinkt het, ”het weer zal geweldig zijn.”
Dinsdag 13 oktober vatten we de tocht aan. We ontbijten zo vroeg mogelijk en springen op ons stalen resp. aluminium ros. De eerste dertien kilometer kennen we nog van twee dagen geleden, maar omdat we nog fris zijn gaan ze er vlotjes door. Het zonnetje schijnt, we hebben wind in de rug, dit moet lukken! We slaan de Ruta 40 in, zowat de Route 66 van Latijns-Amerika. In het begin is de ’rippio’ enorm hobbelig en worden we flink door mekaar geschud. De bergen doemen in de verte op, en na enkele kilometers rijden we er tussen. Een machtig zicht. We komen lamakuddes  tegen, enkele ezeltjes, allemaal onder prachtige weersomstandigheden. Rond de middag draaien we een bergpas op en krijgen plots felle tegenwind te verbijten. De zon kruipt achter een dik grijs wolkendek en het begint stilletjes te hagelen. We wisten wel dat het hier af en toe kon stormen, kort en krachtig, dus wachten we even het einde af. Dat komt er niet. We rijden van de ene hagelbui in de andere, soms afgewisseld met sneeuw, maar altijd gepaard met een felle tegenwind die fietsen quasi onmogelijk maakt. We vloeken, duwen, trappen, terwijl  de hoogtemeters mekaar steeds trager opvolgen. De tent opslaan is geen optie, we zitten letterlijk tussen de bergwand en de afgrond in. Als het dan nog een keer begint te bliksemen beginnen we ons toch stilaan af te vragen of twee weken Blankenberge geen alternatief was geweest voor onze fietsreis.
 
In de vroege avond bereiken we de top. De temperatuur is er flink onder nul gezakt en de wind is verschrikkelijk fel. We maken snel de obligate foto en dalen de berg langs de andere kant af. We hebben nog net één uur licht. Door de dichte mist kunnen we ook niet te snel afdalen, en de regen heeft het pad her en der gevaarlijk glad gemaakt.
Na 600m dalen merken we een ruïne die een vijftiental meter lager ligt dan de weg. De beslissing is snel gemaakt, we nemen de tent en het kookgerief als eerste mee. Terwijl het begint te schemeren zetten we een pot water op het vuur om de onderkoelde tangoreizigers op te warmen, en kiezen we een beschut plekje tussen de ruïne muren. Helaas is het dak al een eeuwigheid verdwenen, en terwijl we verder alle materiaal naar beneden halen begint het terug te regenen. Het kan écht niet op vandaag. We kruipen dan maar in onze slaapzak en koken ons potje in de voortent. Het flesje whisky doet ook nog een keer deugd. We hopen op betere tijden morgen.
 
We worden woensdag 14 december wakker van het zonnetje in de tent én het smeltwater dat stilaan begint binnen te druppen. Het is ’s nachts nog een keer beginnen sneeuwen, dus is onze tent in een iglo veranderd. We zetten snel alle materiaal in de zon om te drogen, en halen de espresso-kan én het fototoestel boven. Het uitzicht is adembenemend, sneeuw op de bergtoppen in de verte, het dal dat zich voor je uitstrekt, en wij hebben heel onze ruïne voor onszelf. Eindelijk worden we beloond!
We nemen alle tijd van de wereld om te ontbijten in het warme zonnetje. De fietsen krijgen nog een deftig nazicht na alle modder van gisteren. (Er zal vandaag nog heel wat bijkomen maar zo blijft ’t tenminste overzichtelijk)



We vertrekken laat en laten ons zalig naar beneden zoeven in het warme zonnetje. Bijna meteen kruisen we twee ‘zwaantjes’. Die mannen hebben de prachtigste job ter wereld, elke dag met de moto de berg op en af in die prachtige natuur. Meneer de zwaan trekt grote ogen als we vertellen dat we op de berg zijn blijven slapen. Blijkbaar maken ze daar dergelijke weersomstandigheden niet zo vaak mee. De brave zwaan waarschuwt ons nog voor enkele plekken waar de rivier het pad kruist. (voor de mannen uit Duffel; Guwéékes dus!) We komen inderdaad een stuk of acht plekken tegen waar we net geen natte voeten halen, maar telkens is het toch balanceren en de juiste steentjes uitzoeken. Slecht voor de ketting, al is de modder er nu tenminste af.
Net voor we La Poma bereiken rijdt Bart nog een keer lek, maar banden wisselen gaat al super vlot. We nemen onze intrek in een Hostalletje waar de vriendelijke uitbaatster snel een houtvuur onder de waterketel aanlegt zodat we een warme douche kunnen nemen.
Zeer zeker, dit was de eerste en laatste keer dat we een flik voor Armand Pien hebben laten spelen. We hebben op onze tanden moeten bijten, maar hebben weeral een prachtig stukje Argentinië gezien .
Wat je ook plant, tijdens een fietsreis heb je niet alles in de hand, en dit maakt dit avontuur zo mooi.

zondag 11 december 2011

Salta - San Antonio de Corbes


Hiezie, onze heilige!
Salta  blijkt naast een compleet overstroomde stad ook verschrikkelijk druk te zijn. Een heuse mensenmassa  op straat baant zich een weg naar de overdekte markt. Ook in het museum is het druk, in het bijzonder aan de mummies van de inca-kinderen die heel secuur geconserveerd worden.
Omdat we stilaan in de wijnstreek komen stappen we ook een wijnhandel binnen, die een ware schat aan culinaire hoogstandjes (vleesjes en kaasjes) herbergt, ettelijke flessen wijn, sterke drank en, jawel, een ijskast met geïmporteerd bier waaronder Barts eerste Duvel in maanden. Lobke laat zich de Vino Tinto smaken, dus verloopt de namiddag in nogal gezegende toestand.
Hostal La Posta waar we verblijven wordt uitgebaat door twee broers, Ariel en Christophe, die alles in het werk stellen om je thuis te laten voelen in hun hostalletje. Op den duur kraken we samen een flesje wijn. Het afscheid in Salta is wederom hartelijk. Een hele familie wil met ons en onze fietsen op de foto. Je waant je een rock ster op den duur. Nog net geen handtekeningen moeten zetten gelukkig.
Vanuit Salta trekken we richting Ruta 51, een klassieker onder de wereldfietsers. Het berglandschap is op zijn minst indrukwekkend te noemen. De ervaring langs die geweldige reuzen te fietsen is zo pakkend dat je niet begrijpt waarom niet iedereen hier met de fiets voorbijkomt. Al begin je het te snappen naarmate de hoogtemeters mekaar in snel tempo opvolgen. Ook heeft de recente regen delen van het pad een beetje onder water gezet, waardoor je voeten een heerlijk frisse douche krijgen af en toe.
We belanden na voldoende afstand en een duizendtal hoogtemeters in Churillo. Hoger  willen we niet gaan de eerste dag. Om hoogteziekte te vermijden hebben we natuurlijk ook coca-bladeren gekocht en daar een dikke prop van achter onze wang gestoken. We worden doorverwezen naar het plaatselijke stationnetje van de Train des Nubes als enige mogelijke slaapplaats. De verantwoordelijke kijkt al lang niet meer raar op van fietsende gekken, en stelt ons het wachtplaatsje ter beschikking. We zetten wel onze binnentent op beestjes te vermijden. Eigen tent eerst hé!
Wanneer ’s ochtends de antieke telefoon rinkelt demonstreert el Senor trots hoe het stokoude materiaal nog steeds werkt. Lobke mag zelfs even babbelen met de dispatcher in Salta. Wanneer er echter een busje toeristen stopt om het stationnetje te bezichtigen gaat het telefoonlokaal prompt op slot. Je ziet het, tangoreizigers mogen net dat beetje meer.

Zaterdag 10 december beleven we werkelijk de prachtigste fietsdag tot nu toe. Met de wind in de rug en de geasfalteerde weg vliegen de kilometers er werkelijk door. We besluiten wijselijk nog een tiental kilometers extra te verbijten om de klim van zondag te beperken. Die wordt zowiezo geen lachertje.
Wij mogen ons tentje opstellen naast een opvangtehuis voor kinderen uit de bergen. Eerst worden we een beetje wantrouwig bekeken, maar zoals gewoonlijk zitten we na een uurtje gezellig te babbelen met de mensen van het tehuis. We koken een pasta en drinken een wijntje uit een kartonnetje, het enige dat er in het dorpje te krijgen valt. Hadden we beter niet gedaan, ’s nacht worden we allebei wakker met barstende hoofdpijn. De hoogte en de rommel wijn zijn een slechte combinatie. Pas tegen de ochtend valt er terug wat te slapen.

Zondag 11 december beginnen we vermoeid aan onze klim. We stijgen van 3200m naar 4080 op net geen 22 kilometer. De wind heeft zich helaas tegen ons gekeerd, en elke pedaal die we naar beneden duwen vraagt extra energie. Het uitzicht blijft wel weer enorm de moeite, telkens we stoppen om onze tong terug op te rollen en onze ogen terug naar de voorkant van de schedel te draaien is het absoluut genieten.
We zitten bijna zonder water en eten als we de top bereiken. We vieren onze aankomst met zoute nootjes en een sapje. Op de kaart staat nog een gehuchtje een vijftal kilometer verder. We beslissen om daar uitgebreid te gaan eten en water in te slaan. De afdaling verloopt vlekkeloos, we stormen de laatste vijf kilometer naar beneden. Hier eindigt het asfalt wel en begint de verharde weg weer. Gelukkig is die de eerste kilometers in goeie staat.
De kilometers tikken aan, maar het verwachte gehuchtje blijft uit. Wel beginnen donderwolken zich over de bergen te slepen, dus blijven we peddelen in de hoop het dorpje te vinden. Plots merken we een kleine windhoos op naast de weg, die zand in kringen naar boven blaast. Het kleine onding verplaatst zich twee keer over de weg en moet ons natuurlijk van boven tot onder in het zand steken. Terwijl we blijven peddelen stijgt de windhoos naar boven en wordt het een gevaarlijk schouwspel achter ons. Ondanks de vermoeidheid en het gebrek aan energie peddelen we ons de ziel uit het lijf. We bereiken gelukkig zonder brokken de rand van het onweer, maar nog steeds geen dorpje in zicht. De enige optie die overblijft is doorfietsen naar onze eindbestemming, San Antonio de Corbes. We krijgen nog dertien kilometer erg slechte weg te verbijten, om het laatste spatje energie uit ons lijf te persen. We zijn allebei doodop als we het dorp binnen rijden, dus stappen we de eerste de beste hosteria binnen. De douche had warmer gemogen, maar het pintje en enkele empanadas smaken enorm. Daarna is het siësta tijd, al zijn we te moe om te kunnen slapen. Tijd om weer een dagje uit te rusten. Slaapwel!

zaterdag 3 december 2011

Cataratas

Met een kamerbrede grijns en een piepfijn zonnetje fietsen we de laatste zestig kilometer naar Iguazu in één ruk. We stoppen onderweg enkel wanneer we in tegengestelde richting een ander fietsend koppel zien aankomen. We wisselen kaarten en ervaringen uit, en na een lange babbel fietsen we elk weer onze eigen kant op. Onze weg loopt uit in een T, waarbij je links het dorpje Puerto de Iguazu en de grens met Brazilië hebt, en rechts de watervallen .

We fietsen door het dorpje en zoeken een hotelletje uit waarbij we ons vooral laten leiden door onze neus voor fijne zwembaden. Ons hele hotel is rond een zwembad gebouwd en geeft zo een 'Melrose Place' effect. Ook de prijs is ok dus laden we af en nemen we een eerste duik. Daarna trekken we nog even naar het drielandenpunt waar je zicht hebt op Paraguay en Brazilië. Daarna vieren we uitgebreid  onze aankomst met één van de beste steaks tot nu toe!

Dat Ché Guevarra een Argentijn was, is niet eens zo verwonderlijk. Als je de watervallen wil bezoeken zonder omver gelopen te worden door horden schoolkinderen of moeders met bleitende babies aan de hand, moet je iets van een guerrilla in je hebben. We zetten de wekker op het vaste vroege uur, laten het ontbijt voor wat het is en nemen de allereerste bus richting de watervallen. We staan aan het loket ietsje voor het openingsuur in de overtuiging dat we als eerste het park in kunnen, als er achter onze rug uit een dubbeldekbus een tros toeristen gelost wordt, die prompt naar binnen wandelt omdat hun gids al tickets had. Damn! We activeren plan B (plan C omvat het gebruik van traangas dus laten we voorlopig in de kast zitten) en nemen een binnenweg, terwijl de meute staat te wachten op het eerste treintje. We stappen in ware commando stijl  snel het pad af, en de beloning is groot. We draaien een hoekje om en staan oog in oog met de prachtige watervallen. Zo ver je kan kijken donderen ettelijke kubieke meters water naar beneden. Nergens geen mens te bespeuren, alleen Bart, Lobke, en een waterkolom van heb ik u daar even. We wandelen verbaasd langs de ballustrades aan de watervallen, waarbij we af en toe een flinke plens in het gezicht krijgen. Soms geraken we zelfs doorweekt, wat op een weeral hete dag méér dan welkom is.

"Houd den dief!"
We stappen enkele uren met open mond rond, tot we beslissen even te pauzeren voor een koffie. Binnen de minuut worden we overvallen en beroofd. De dader is ongeveer dertig centimeter lang, heeft een lange spitse snuit, scherpe nagels, en een pluizige staart. We zitten nog maar enkele seconden aan een tafeltje, of de eerste exemplaren van deze 'witsnuitneusbeer' of 'Coati' stuiven uit het struikgewas (dàt ruist er dus door het struikgewas!!! eindelijk!). Eentje springt razendsnel op ons tafeltje en maakt zich Barts koffie buit. Do not feed the animals, señor Walravens!


We waren als eerste in het park, en we willen ook zo lang mogelijk blijven. Na het verplichte boottochtje waarbij je  doorheen de waterval vaart en kletsnat wordt, bezoeken we nog de "Devil's Throat" wat een impressionant schouwspel is, en je wéér nat wordt. Gelukkig blijft het lekker weer.
Als we een wandelpad willen inslaan, blijkt dit al afgesloten te zijn voor de dag. We besluiten om het toch nog snel af te stappen. Op dit pad zouden aapjes zitten, en die hebben we nog altijd niet gevonden. (Lobke wel hoor, er lag er 's ochtends eentje naast haar in bed!)
We komen nog enkele andere wandelaars tegen, maar geen aapjes natuurlijk. Na vier kilometer bereiken we het eindpunt, en zit er niets anders op dan terug te keren. Maar ondertussen is het pad al even verlaten en is het al een pak rustiger geworden. Wanneer we halverwege zijn schrikken we op van luid gekrijs uit de bomen. Een grote apenkolonie vlucht van de ene kant van het pad naar de andere, compleet met typische  oe-oe-oe. Wel twintig apen zien we via de bomen de weg oversteken. Geweldig gewoon!

"Dag vreemde vogel!"
Zaterdag bezoeken we ook de Braziliaanse kant van de watervallen, al was het maar om enkele mooie foto's te maken. Het zicht blijft overweldigend. Iemand had ons ook het vogelparadijs aangeraden, net naast de ingang van de watervallen, dus trekken we daar nog een uurtje voor uit. De geweldige collectie Toecans en papegaaien liegen er inderdaad niet om.



We informeren in Puerto de Iguazu nog naar een busdienst richting Salta. De dame zegt dat fietsen meenemen geen probleem is en de tickets vallen mee, dus boeken we onze plaatsjes. 24u op de bus van het noordoosten van Argentinië naar het westen van het land. We krijgen 's ochtends wel een hartaanval als de chauffeur weigert de fietsen mee te nemen als die niet volledig ingepakt worden. We hebben acht minuten tijd! We doen in paniek ons beklag bij de verantwoordelijke van de busmaatschappij, die samen met een dame van het koffiehuisje enkele stukken karton en een rol tape uit z'n mouw schudt en snelsnel met ons onze fietsen inpakt. Net op tijd wringen we de fietsen in het bagageruim en springen we in de vertrekkensklare bus. Pfffft, gelukt! Zo voelt het dus om in het A-team te zitten. Tja, we love it when a plan comes together! Salta, here we come!

woensdag 30 november 2011

Rio de alta, montaña profundo!

We kunnen eindelijk een verkwikkende nachtje maffen in onze hostel, die -ondanks zijn groezeligheid- een fantastisch bed voor ons had voorzien. De uitbater heeft meer weg van een homofiele Manuel dan van Basil Fawlty (“There is too much butter on – those –trays!”). We beschikken ook over een buitenkeuken, voorzien van barbecue en gasvuur, waar we ’s ochtends het karige Argentijnse ontbijt naar binnen spelen.
Daarna wandelen we door het modderige dorpje op zoek naar excursies om beestjes te zien. Voor de meeste heb je helaas een gids nodig. Ondanks de ondergelopen wandelpaden werken we toch twee wandelingen af, waar we enkele herten, capibaras en allerlei exotisch pluimvee zien rondlopen. De brulaapjes blijven helaas stil.
Zo ziet Bart er uit voor hij
's ochtends zijn koffie krijgt
Onze keuze valt op de boottochtjes. We hadden het niet beter kunnen treffen, onze gids weet enorm veel te vertellen over de plaatselijke vegetatie (waterplanten die ophopen en ronddrijvende eilanden vormen op den duur) maar ook weet hij de kaaimannen en vogels als geen ander te spotten. We eindigen de boottocht met een wilde slalom onder de brug door. 

’s Avonds barbequen we met een Argentijn die ook in de hostel verblijft, waarna we afscheid nemen van Carlos Pellegrini. Koppig als we zijn vertikken we het om terug te keren naar Mercedes, ondanks het feit dat dat de enige plausibele uitweg is. De Ruta 40 ten noorden van dit dorpje is namelijk een zandweg die zelfs met een 4x4 amper te doorkruisen is. Er valt transport te regelen, maar dat is enorm duur. We installeren ons aan het einde van het dorpje en gaan zitten wachten op een lift.
Dat de route niet veelbereisd was wisten we. De weinige pickups die langskomen blijken allemaal plaatselijke boeren te zijn die ons op den duur vriendelijke toezwaaien omdat we er NOG ALTIJD zitten na vijf uur. Maar, zoals Lobke voorspelde, tegen het einde van de siësta komt er een jeep langs die ons na een beetje bemiddelen en omkopen wel wil meenemen, niet eens naar Posadas, wat wij als volgende stop hadden vooropgesteld, maar helemaal naar San Ignacio, zowat 100 km verder!
De vriendelijke chauffeur deponeert ons met al ons materiaal aan de deur van een fijne hostel “El Descanso”, waar we weer slapen als marmotten. De Zwitserse oma die het hostal uitbaat verrast ons ’s ochtends zelfs met versgebakken brood. Lobke natuurlijk in haar nopjes!

In San Ignacio bezoeken we de fantastische ruïnes van de jezuïtenkolonie, waar de film “The Mission” op gebaseerd is. Gelukkig zijn we er voor de bussen toeristen arriveren. In de namiddag stijgt het kwik weer naar ongekende hoogtes, dus installeren we ons in die andere bezienswaardigheid van dit dorpje, het zwembad! Maar dan heb je het ook wel gezien.



De "badkamer" !
We starten hier onze volgende fietstocht richting Iguazu. De wegen beginnen meer en meer op en neer te gaan, zodat we na de eerste vijftig kilometer haast door onze benen zakken. We installeren onze tent op een verlaten campingterrein aan een prachtige waterval. Ok, ’t is kakken in de bossen geblazen, maar een dergelijke ’badkamer’ om je in te wassen krijg je nergens anders. De volgende halte heet Puerto Rico waar we op Lobkes verjaardag vieren op een familiecamping. Al zijn we de enige die daar blijven slapen, het was leuk om weer tussen die Argentijnse families te vertoeven en babbeltjes te slaan. Ondanks de afstand, de hitte en de hoogteverschillen slagen we er ‘s maandags zelfs in om in één ruk van Puerto Rico naar Montecarlo te fietsen. Om onszelf te belonen nemen we een sjieke hostel die ondanks de betaalbare overnachting over een prachtig zwembad, Airco, wifi en een restaurant beschikt. Lobke moet Bart er bijna buiten trekken om ’s anderendaags naar Eldorado te fietsen. De route is voorzien van een pechstrook over de hele lengte wat het fietsen aangenaam maakt. Tijdens de afdalingen is het heerlijk naar beneden zoeven (tegen 50km per uur soms) tot er plots enkele verkeersremmers in de weg liggen. Bart ontwijkt ze nog net, Lobke is iets te laat en rijdt ook haar eerste band plat. Misschien toch maar enkele verse banden laten overkomen binnenkort.

Hoe ziet zo’n fietsdag er eigenlijk uit? ’s Ochtends proppen we onze bagage in onze zes fietstassen, waarbij alles zowat min of meer op dezelfde plek terecht komt. De eerste halte is steevast de plaatselijke supermarkt om vijf liter water, een lading energie-repen en poeierkens in te slaan. De Argentijen zijn dol op “water-met-een-smaakje” dus kan je allerlei smaakpoeders kopen om je water wat te ‘pimpen’. Aangezien we dankzij de hitte elk soms zes liter water per dag naar binnen werken is af en toe een smaakje wel welkom. In onze top drie staan frambozensmaak, roze pompelmoes en mango. Ook leuk om ’s avonds aan de tent cocktails mee te maken trouwens.
Nadien is het fietsen natuurlijk, al stoppen we vaak als de weg enkele kilometers stevig aan het stijgen is geweest. Na een paar kuitenbijters met dertig kilo bagage op je fiets kan je soms best even uitpuffen, want de volgende bergpassen staan weeral klaar. We proberen de middaguren zoveel mogelijk te vermijden omdat de hitte dan echt ondraaglijk is. Als je dan cols moet nemen eindig je met je tong tussen je spaken en totaal oververhit aan de kant van de weg (weer een specialiteit van Bart trouwens!). Eens aangekomen is het camping zoeken, tentje opzetten, douchen, potje koken (Lobke slaagt er in de meest fantastische gerechten met één vuurtje en twee potjes op tafel te zetten), en steendood op je matrasje in slaap vallen!

Is het een mini-Dalek?
Nee, een piepschuim vorm
om je literfles bier koud te houden!
Dinsdagmiddag 29 november arriveren we in Eldorado op een camping die voornamelijk bestaat uit een zwembad en een poolhal. Wat heeft een mens méér nodig om uit te rusten? Een litertje Quilmes natuurlijk. Als de uitbater de waterglijbaan opent komt het kind in Bart naar boven (het zat niet eens zo diep verborgen blijkbaar) en is een namiddagje waterpret gegarandeerd. Dat heet dan cultuur opsnuiven he jongens!


 

Bij het avondlijke fietsnazicht komen er een paar minder leuke nieuwtjes aan de oppervlakte. Bart’s tandwiel verliest de ene tand na de andere en moet zo snel mogelijk vervangen worden. De gebroken bagagedrager begint tegen het achterwiel te slepen, en de achterderailleur schakelt niet meer in z’n achtste versnelling. Lobke krijgt haar eerste versnelling amper aangetikt wat bergen beklimmen een heel pak zwaarder maakt. Maar het is maar 100 km meer naar Iguazu! Tanden op mekaar! We gaan het halen, wedden?

Of het de rust aan het zwembad was of het vroege vertrekuur of een plattere route dan de vorige dagen weten we niet, maar woensdagochtend vliegen de kilometers er door. Tegen de middag hebben we de helft van de laatste honderd kilometer naar Puerto Iguazu afgewerkt. Bart heeft ’s ochtends nog een “Eureka” moment en fixt zijn bagagedrager met één vijsje (en moet daar de rest van de dag over lopen opscheppen!) In de verte zien we wel enkele donkere wolken naderen. Net als we het verloren gat Puerto Esperanza binnenrijden krijgen we een typisch Argentijns buitje. Je krijgt evenveel regen als er in België valt op een maand in vijf minuten. Och, we kunnen een douche wel gebruiken. Eens we in het dorpje arriveren is de regen al voorbij en vinden we een piepklein hotelletje met een knettergekke, stokoude uitbater. Lachen geblazen, en de warme douche is welkom. Als de regen wegblijft zijn we morgen eindelijk in Iguazu!

dinsdag 22 november 2011

Gotas de lluvia me siguen cayendo en la cabeza

Na een welverdiend rustdagje in Conception de Uruguay merkten we op enkele kilometers van het stadje een thermen complex op, compleet met spa en al. Terwijl Lobke rustig dobberde in het minerale water nam de plaatselijke masseuse Barts nek grondig onder handen en kon hij er weer een eindje tegen.
Ook de volgende etappe zou slechts een vijftig kilometer ver zijn via een geasfalteerde weg, dus konden we rustig verder fietsen. Naast de Ruta 14 lag een tweede rijstrook "in aanleg", die we ons zo snel mogelijk toe eigenden. Luxe hoor, fietsen over twee volledige baanvakken zonder enig verkeer. Dan valt het feit dat je kaart niet klopt en je vijftien kilometer extra mag afleggen best wel mee.
 Tegen valavond bereikten we het Parque de las Palmas, waar je tot twintig meter hoge palmen vindt van 300 jaar oud. Helaas hadden we een beetje over het hoofd gezien dat de camping aan het andere einde van het park lag, dus moesten we nog een keer twaalf kilometer over mul zand en keitjes afleggen. Het werd een race tegen de klok om voor donker op de camping te zijn, maar we haalden het nipt. De eerste nachtbeestjes kwamen al uit hun holletjes om de toeristen die hun tent opzetten te aanschouwen. We eigenden ons zowat het beste plekje toe, met uitzicht over heel de baai. Ook de sterrenhemel was zoals gewoonlijk fantastisch.

's Ochtends begint de hitte wel stilaan toe te slaan, ondanks het feit dat we aan de Rio zitten. Ook de plaatselijke muggenkolonie heeft trek in buitenlands voedsel, maar dat mag de pret niet drukken.
Na een geweldige wandeling en siësta op het strand, koken we 's avonds voor de tent ons eigen potje onder de sterren. Heerlijk!

La Casa de China
Wanneer we vertrekken is het toeristen-infopunt geopend en horen we hoe we in Mercedes geraken, de dichtsbijzijnde 'grote' stad die zowiezo op onze weg naar Iguazu ligt. Na enkele kilometers ruta national komen we aan in het busstation waar binnen de tien minuten een bus vertrekt, als de chauffeur tenminste de fietsen wil meenemen. Die maakt geen enkel probleem, dus veel eerder dan verwacht eindigen we 's avonds in Mercedes. Voor één keer zijn we lui en volgen we ook de Rough Guide om op zoek te gaan naar een Bed & Breakfast. We eindigen in La Casa de China. China is een lieve oude française die haar prachtige woning heeft omgetoverd tot de meest luxueuze B&B die we ooit zagen. En het beste van al is dat er buiten ons niemand is, dus hebben we alle ruimte. China zelf is druk in de weer met de repetitie van haar koor dat 's avonds met de Militiare Orkestband moet optreden, waar we natuurlijk naartoe gaan. Prachtig om die Argentijnse folklore aan het werk te zien, al was het orkest niet geweldig, de lokale theaterzaal met houten stoeltjes en prachtige lichtkoepel hebben hun charme. Zonder twijfel waren wij de enige toeristen in de zaal, die gevuld was met Argentijnse families.

 Na wederom een warm afscheid in Mercedes van onze huisbazin China vertrekken we met voldoende water aan boord richting Carlos Pellegrini. Het grootste deel van de weg bestaat uit rippio, oftewel zand en stenen die rond je oren kletsen. Het is warm en bij elke truck die je voorbijrijdt krijg je een zandvlaag van jewelste over je heen. Ook de felle tegenwing maakt het moeilijk om snel vooruit te geraken. Toch zit de moed er goed in, tot Bart halverwege de middag zijn achterwiel tegen elke steen voelt kletsen. Pompen haalt niets uit dus besluiten we de binnenband te vervangen. Op minder dan een halfuur staat die op de fiets en krijgen we er terug leven in. Maar ondertussen zijn we weeral in de vroege namiddag, en wéér trappen we in dezelfde val van op heetste moment van de dag kilometers af te leggen in ondankbare omstandigheden.  De hitte en tegenwind zijn verschrikkelijk, en onze watervoorraad slinkt zienderogen. Ook de moeilijke ondergrond maken het fietsen geen deugd voor Barts rug, dus na een zestigtal saaie kilometers besluiten we aan de eerste de beste ranch onderdak te vragen. We komen terecht bij Don Antonio Gomez die ons meteen zijn poepsjieke badkamers ter beschikking stelt voor een zéér welkome douche, want het stof hangt ons werkelijk overal, niet alleen om de oren. 's Avonds worden we uitgenodigd om met de hele familie een lammetje te verorberen, en leren we zo de echte gastvrijheid van de gaucho's kennen.
Helaas worden we 's nachts wakker in onze tent van donder en bliksem. Ons vroeg geplande vertrek valt letterlijk in het water, want als de wekker om vijf uur afgaat is het flink aan het regenen. We slapen dan maar een stukje verder, want de kans om op een zondag te kunnen liften langs de 120km zandweg is ook summier. Don Antonio maakt van de nood een deugd door ons te verhuizen naar de gastenkamers en ons een lekker milanesa te serveren. Hij belooft ons dat we maandagochtend een lastig stuk kunnen vermijden door een eindje mee te rijden met enkele arbeiders van de ranch. Al een geluk, want de hele dag is het grijs, en 's nachts begint het weer te regenen, nog feller dan de dag voordien.
's Maandags laden we onze bagage en fietsen achter in een 4X4 met slechts drie zitplaatsen, dus kruipt Bart in de laadbak voor één van zijn leukste ritjes tot nu toe. Maar de regen is ook van de partij, dus hadden we onze regenkledij beter uitgehaald. Snel veranderen we van tenue onder een overhangende boom alvorens verder te fietsen. De weg ligt er slecht bij, om de zoveel tijd zinken de banden weg in de modder, en de regen doet rustig verder. Gelukkig moeten we maar veertig kilometer nog  afwerken, al laten de weg en het weer het niet toe om harder dan tien kilometer per uur te rijden.
Capibara
Onderweg krijgen we wel de eerst capibaras te zijn, langharige knaagdieren die zo groot als een hond zijn. Ook loopt er een beetje verder een vos voor ons. Al bij al een mooie beloning voor lastige kilometers die onze fietsen en onszelf herleiden tot modderhopen.
De straten van Carlos Pelligrini zijn herleid tot modderpoelen dus nemen we één van de eerste hostals die we tegenkomen, waar we gelukkig de fietsen kunnen kuisen. Bart kan nog maar eens een slag uit zijn wiel halen en zijn remmen afstellen, en bij nazicht blijkt één van zijn tandwielen al nodig naar de tandarts te moeten. Damn, dat is minder goed nieuws! Hopelijk houdt de fiets het uit tot we aan een volgende grote stad komen.
Het natuurpark lijkt heel rustig, er is geen internet of ontvangst op de gsm, en ook elektriciteit komt alleen op de proppen als het geen siësta is. Och, we maken ons vaak de bedenking wat we op dit moment thuis aan het doen zouden zijn in een normale werkweek...en dan willen we nog LANG niet terug hoor!

zondag 13 november 2011

Manten tus ojos en la carretera, tus manos encima del volante!

...en zo werden de tangoreizigers tangofietsers.
Na een hartelijk afscheid van onze huisbazen in Buenos Aires zochten we het fietspad richting Tigre op.Argentijnse fietspaden zijn als zonnige dagen in België, moeilijk te vinden en niet om over te stoeffen.Na enkele kilometers verdween het pad en moesten we ons maar behelpen, gelukkig zonder problemen.


Tigre ligt aan de delta van de Río Parana en omvat veel mooie eilandjes langs waar je per boot naartoe moet. Je vindt de meest prachtige vakantiehuisjes langs het water, elk voorzien van een aanlegsteiger. Om de busdienst oftewel boot-van-dienst te doen stoppen, steek je je hand uit en de kapitein meert aan. Onze fietsen en bagage verdwenen op het dak en we vaarden naar onze eerste camping. Geweldig hoor!
Onze nieuwe tent heeft een enorme voortent en plaats genoeg voor twee grote mensen als wij. En eigenlijk slapen die thermarest-matrasjes zo gek nog niet (ik wil mezelf over twee maanden nog hetzelfde horen zeggen).

Over de route richting Campana waren we niet eens zo zeker. De enige weg die we op de kaart vonden, was een autostrade. Eenmaal we aan die beruchte Panamericana aankwamen, bleek er nog wel een parallelweg te zijn...toch voor enkele kilometers. Op een gegeven punt stopte ook die weg en was de enige optie de billen samenknijpen en de autostrade op te draaien. Euh, maakte ik geen grapje over fietsen langs de E19 onlangs? Dit was het dus zowat. Na enkele angstige kilometers namen we even een afslag, waar toevallig een toeristen-infostandje was. De vriendelijke man belde een paar keer rond tot hij voor ons een gratis kampeerplaats in een jachtclub had gevonden. We draaiden weer de autopista op, voor enkele kilometers, om de afrit te nemen (echt geweldig hoor, met je fiets een rond punt nemen aan een autostrade tussen de vrachtwagens!) richting  de kampeerplaats. We kwamen aan een klein haventje, met een parkje, privé-strandje, warme douches en geen mens in de wijde omtrek. Ons geluk kon niet meer op.

Door de boodschappen en een Bart die niet uit zijn slaapzak te krijgen was, vertrokken we de derde dag met een uurtje vertraging. Weeral richting autopista, waar we langs de péage moesten, om over enkele lange bruggen te klimmen. Gelukkig hadden ze geen tarief voorhanden voor twee gekke fietsers. De vriendelijke militair aan de ingang keek een beetje raar maar liet ons door met de raad goed rechts te houden. Op de bruggen zelf was er geen pechstrook natuurlijk en moesten we over de rechtse witte lijn. We hadden graag gestopt om het adembenemende uitzicht te fotograferen maar tijdens 't spitsuur moet je 'n beetje mee met het verkeer hé!

Kookles van José!
Na een dertig kilometer klimmen en bruggen overwinnen, rustten we even aan een parking waar we aan de praat geraakten met trucker José. Die stelde voor van een stukje met hem mee te rijden. Voor de volle 800 kilometer bedankten we, maar het stukje tot aan de volgende stad zagen we wel zitten.
Halverwege de rit stond José er op om voor ons een argentijnse lekkernij klaar te maken. We stopten aan de volgende parking en hij verdween in het plaatselijke winkeltje voor tomaten, brood en Costeletas. Zonder twijfel één van de beste maaltijden die we in Argentinië al hebben gegeten. Na het eten toverde hij nog een maté uit zijn thermos (een bitter drankje dat de Argentijnen de hele dag door drinken. Als het je aangeboden wordt mag je geen nee zeggen!) om ons daarna af te zetten aan de afrit. Geweldige vent!!! En zeggen dat we eerst een beetje wantrouwig waren. We fietsen toch een 45 kilometer die dag, bovenop de 80 die we met José aflegden. Zo schiet het lekker op natuurlijk.

We kampeerden weer aan een strandje, deze keer keer langs Rio Gualeguaychu. Al belandden we 's avonds per ongeluk in het culinaire equivalent van de Lunch Garden, de reis kon niet meer stuk....dachten we!
Voor de vierde dag op rij laadden we onze fietsen op om een tripje richting Conception de Urugay te ondernemen. De kaarten telden een veertig a vijftig kilometer langs kiezel- en zandweggetjes. Moet lukken, dachten we!
Tegen de middag aan hadden we amper 25 kilometer afgelegd, dus aten we snel een hapje onder een geïmproviseerd tentzeil, op zoek naar een streepje schaduw.Tien kilometer later begon Bart de eerste pijntjes te vertonen en was het eerste dorpje nog steeds niet in zicht. Toen we eindelijk een boerderijtje passeerden, wisten ze ons te vertellen dat het nog minstens 15 kilometer verder was tot het volgende dorp, met daartussen enkel niemandsland. Een snelle berekening later wisten we dat we net halfweg de trip waren, terwijl Bart nog amper verder kon. Het fietsen werd serieus pijnlijk voor hem.Tja, fietsen dan maar he!

Toen we 's avonds in Conception de Uruguay aankwamen stond er 80 kilometer op de teller en waren we allebei steendood. We vonden gelukkig snel een knappe hostel. Terwijl we stonden af te laden kwam er al een buur ons zijn fietskledij kado doen! Hartverwarmend, en daarbovenop een hete douche, een zacht bed en een literflesje Stella Artois. Hier blijven we nog een dagje om aan het strand (met zicht op Uruguay) uit te rusten hoor! Tot snel!

woensdag 2 november 2011

Trafico adelante

Geraak je een stad als dit ooit beu? Wij niet hoor!
Al woon je naast een drukke avenue met zes rijvakken, en is er nergens ook maar één Duvel te bekennen, er is zoveel te zien en te doen dat je elke dag doodop in bed kruipt.


We namen enkele 'lessen' spaans bij Cristina via de South American Explorers Club. Deze fantastische dame reisde al naar London en Praag om de marathon te lopen, kleedt zich volledig in't roze met paarse make-up en doet alle moeite van de wereld om je op weg te helpen. Knettergekke madam, maar wel 't soort menske dat je meteen in je hart sluit! Ook het chaotische verkeer beginnen we te snappen. De lijnen tussen de rijvakken zijn meer een visuele indeling dan een richtlijn. Er passen toch gemakkelijk acht auto's op zes rijvakken, niet? Nooit krijg je het gevoel dat er agressief gereden wordt. Liever dit dan het verkeer in borgerokko!



Om voor één keer de mega-toerist uit te hangen bezochten we het roze huis. In dit geval niet het plaatselijke bordeel maar het legendarische gebouw aan de Plaza de Mayo waar Eva Peron haar speeches gaf, maar ook evengoed Maradonna (die hier net ietsje hoger wordt aangeslagen dan God himself!) de massa groette. Skoon tapiplein!



Naast het voetbal zijn de Argentijnen ook onmenselijk veel beter dan Belgen in andere kleine dingen:
-Beleefdheid: bij het horen van een simpel "Permiso!" maakt iedereen ruim baan om je van te metro te laten. En dan zwijgen we nog over de keurige rijen bij bushaltes of aan de apotheek.
-Steak ! Het klinkt zo banaal om daar ook maar iets over te zeggen maar het verschil is gewoonweg niet te vatten. Bart eet géén biefstuk meer tenzij die op z'n minst een halve kilo weegt, even mals is als het bilstuk van Monica Belucci en voorzien werd van het absolute minimum van garnituur. (Lees: het bord!)
Lobke begint wel stilaan te snakken naar een deftige vegetarische maaltijd, maar gelukkig kunnen we die lekker zelf koken. Tja, het blijven carnivoren hier!
De creativiteit om een peso extra te verdienen tiert hier ook weelderig. Geef toe, op vrijdagavond doorheen de file wandelen en koude pintjes verkopen, plumos of  plakwaaiers, ijsjes en nootjes aanbieden, het heeft iets. Alleen die éne Hare Krishna die ons zowat dagelijks sokken probeert aan te smeren kunnen we stilaan in de Rio de la Plata kieperen.

 Ook de eerste fietstocht komt er aan. Over enkele dagen trekken we richting Tigre, de eerste stop op weg naar de watervallen van Spa, excuseer, Iguasu. Wie nog wil skypen kan zich beter haasten, want daarna is de bereikbaarheid niet meer je dat. We hopen een maandje onderweg te zijn. Dus niet panikeren als je ons de eerste weken niet meteen meer te pakken krijgt! Vaya con dios amigos!